Onze ervaringen

Kweek en spel
Wat de kweek aangaat, diende onze gastheer niet veel meer te leren. Jarenlang had hij het spel van genen en chromosomen bij zijn tipplers van nabij gevolgd en dit met maar één bedoeling van duiven te kweken, die meer kwaliteiten bezaten dan hun ouders en voorouders. Een uiterst strenge selectie was Jacques dan ook niet vreemd. Die eerste duiven werden gekruist met het oog op de vorming van twee ploegen fondduiven: een eerste voor de grote fond met overnachting, die door Jacques zelf geleid werd en een andere ploeg van fondduiven, die de dag van de lossing thuiskomen en door Irène onder haar hoede werden genomen.
De verdere stamopbouw en uitbouw gebeurden hier via lijnenteelt en familiekweek werd hier zeker niet geschuwd. “Neef x nicht, nauwer ga ik niet maar neem van mij aan dat je via inteelt een perfecte stam kunt opbouwen en in standhouden”, verduidelijkt hij ons.
In navolging van zijn ‘lichtend voorbeeld’ Jos Thoné wordt hier het totale weduwschap gespeeld. Voor oude en jaarlingen eindigt het seizoen na Perpignan. De doffers blijven op het hok en de duivinnen gaan naar de volière met voor beide lichte kost en dagelijks los bij alle weer en wind.
In het begin van het seizoen worden ze gekoppeld en daarna worden de geslachten gescheiden. Ze trainen afzonderlijk in de week, maar op de dag van de inkorving mogen ze van 12.00 u tot 17.00 u samen stoeien. De schuifdeur wordt dan geopend zoals bij het spel met de jonge duiven. De meeste duivinnen vliegen in de nestbak van hun vaste partner, maar soms gebeurt het dat er overspel gepleegd wordt en de daaruit voortvloeiende jaloezie is dan nog een bijkomende motivatie.

......

Training en verzorging
Jacques en Irène houden van meer dan één duifje in de lucht en ze binden jaarlijks de strijd aan met zo’n 100 koppels op het totale weduwschap, 60 kweekkoppels en een dikke 400 jonge duiven.
Jacques Van Ouwerkerk: “Inderdaad wij verwedden onze kansen op een massale aanpak, veel kweken om die zeldzame goede te vinden. Wanneer je dan die ‘echte goede’ gevonden hebt,
ze op het kweekhok zetten om een uitstekende bloedlijn op te bouwen maar tezelfdertijd nog voldoende duiven over houden om nog royaal een serieuze ploeg te kunnen spelen.
Trainen is hier het ordewoord! De doffers trainen tweemaal daags, ’s morgens verplicht 2 uur en ’s avonds 1 uur met open ramen. De duivinnen trainen éénmaal daags, ongeveer 2 uur ’s avonds. Ook fondduiven worden hier degelijk opgeleerd, ze worden soms tot 10 maal met de wagen weggebracht vooraleer ze met de grote mand op stap gaan en op de dag van de inkorving worden ze in de regel op 100 km gelost.
De verzorging wordt zo eenvoudig mogelijk en in ieder geval altijd dicht bij de natuur gehouden. Er worden echter verschillende soorten olie regelmatig over de granen gesprenkeld om zeer zachte pluimen te bekomen, zonder de lever te overlasten. De jonge duiven worden goed opgeleerd maar zeker niet afgebeuld. Irène zorgt er voor dat ze zich volkomen thuis voelen op het hok. Dat spoort ze dan ook ondermeer aan om zo snel mogelijk huiswaarts te keren bij een prijskamp. Ze worden ook zeer jong opgeleerd, vanaf het ogenblik dat ze zes of zeven weken oud zijn. De late jongen worden ook door Jacques zelf met de wagen weggebracht, zolang het weer het toelaat, soms tot in november.
Hun methode moet goed zijn want sinds 2000 is de tandem Van Ouwerkerk-Dekkers nog zelden buiten de toptien van de grote fondvluchten te vinden. Meer nog... ze klokken hun duiven op de grootste afstanden aan de lopende band en hebben er schijnbaar een patent op genomen om vrij regelmatig “in the picture” te komen met een prestatie, die men tot op heden voor onmogelijk hield.

Visie van de meester
Op onze vraag hoe het mogelijk is dat zijn duiven van St.Vincent, Irun, Barcelona en Perpignan vrij regelmatig aan kop en net als een aaneengesloten ketting kunnen thuiskomen, repliceerde onze gastheer als volgt:
“Ten eerste geeft de kwaliteit van de duif hier de doorslag. Het moeten bewezen duiven zijn, die hun plaats op het meterslange tuinhok echt verdienden. Dan wordt het beste aan het beste gekoppeld zoals bv. 1e Nat. St.Vincent 2003 x 9e Nat. Barcelona en de jongen hiervan komen in een van de volières terecht. Dan de 2e duif Barcelona 2003 x 2e duif St.Vincent 2003 en ook deze jongen verhuizen naar de volière. Dit ritueel herhaalt zich hier ieder jaar opnieuw met de beste duiven op Barcelona, of St.Vincent of Perpignan. Als die jongen geslachtsrijp zijn, komen die bij elkaar en hieruit worden dan duiven opgeleid en meestal met goede prestaties uit Bordeaux, St.Vincent, Perpignan en Barcelona.
Ten tweede krijgen de jongen hier een doorgedreven opleiding. La Souterraine en Guéret zijn de examens. Dan gebeurt de selectie en alle duiven die goed op tijd en fris thuiskomen, mogen dan blijven.
Ten derde wil ik hier voornamelijk wijzen op de dagelijkse training. Tijdens ons bezoek was een bende jongen aan het vliegen van 9 tot 11 uur. Dan een paar exemplaren op de valplank en een dik kwartier later vervoegden die eerste afhakers opnieuw de grote klad. Motregen of een bui erbij... ze bleven hun rondjes draaien.
Tot slot dient men ze in de juiste conditie te krijgen voor de hen opgelegde taken. Hoe dat dan moet? Wel, volgens mijn bescheiden mening door het geleidelijk opdrijven van de hoeveelheid voeder met de laatste week voor het inkorven volle bak.